m1. Op verzoek... de "PANIEK"-lijn
Je trekt een goede plaats en op die plaats vertoeven juist de grote brasems... kus dan de beide handjes en spreek een woordje van dank tot Vrouwe Fortuna.
Er zijn zoveel factoren die bepalend zijn voor het eindresultaat,
factoren die we niet in de hand hebben en zelfs met de beste wil van de wereld niet in ons voordeel kunnen ombuigen.
Indien je op het einde van de wedstrijd kunt zeggen dat je ervoor gevist hebt, en beter hebt gevist dan de hengelaar links en rechts van u,
dan mag u zich een tevreden wedstrijdvisser noemen.

Pasklare oplossingen...
Ik vis per jaar alleen die wedstrijden die passen in mijn werk- en leefschema en ik moet zeggen dat er meer dan eens een uitstekende prestatie wordt neergezet. Ik vis meestal "koppels" met mijn vismaat Jo Vermeylen omdat dit makkelijk is inzake de verdeling van het werk en het vist bovendien een stuk prettiger... zeker in de zin van "gedeelde smart is halve smart".
Vist ge elke week een of meer wedstrijden en kunt ge een beetje uit de voeten, dan zit het er dik in dat ge meerdere keren een schot in de roos plaatst. Ik weet het al jaren en het wordt aan de waterkant meermaals bevestigd (toch wil ik nog wel eens aan mezelf twijfelen), dat mijn wedstrijdgeschrijf gelezen en gewaardeerd wordt.
Dit blijkt ook uit mijn e-mailverkeer. Tussen haakjes: "gezien mijn drukke werkzaamheden zal ik niet altijd onmiddellijk antwoorden, maar antwoorden die ik zeker."
Let wel... wat ik schrijf en op mijn site neerzet is in eerste instantie niet bestemd voor dé topwedstrijdhengelaars die op nationaal en internationaal niveau meedraaien. Het is informatie voor al die wedstrijdvissers die iedere week hun wedstrijdje(s) vissen, meestal in clubverband... en zich kunnen herkennen in de beschreven situaties.
Bovendien... is het informatie die rechtstreeks met de praktijk samenhangt. Dat ik het daarbij niet altijd van de eerste keer bij het rechte eind heb, dat is niet meer dan normaal... maar, het is wel zo dat wanneer zich een of ander probleem voordoet, "wij" altijd trachten er een oplossing voor te vinden... zelfs al hebben we voor dat probleem of fenomeen geen sluitende verklaring.
DE ACTUELE PANIEK-LIJN
Er is geen betere leermeester dan de praktijk aangevuld met de informatie
die ik doorgespeeld krijg van mijn vrienden wedstrijdvissers die de hun voorgeschotelde theorie niet alleen toepassen... er ook over nadenken en aanpassen indien nodig.
We hebben ondervonden dat de lijnopzet zoals hiernaast beschreven nog al eens in de war raakt, zeker als er wind staat en dat kan niet de bedoeling zijn. Vermits het lood niet vrij op de lijn kan schuiven, kan men het moeilijk uit het landingsnet houden. Met een brasem die de nodige turnoefeningen doet (zelfs in een onthaakemmer gevuld met water) geeft dit problemen.
Wanneer we op een schuine kant (talud) vissen, heeft het lood de neiging te rollen met valse aanbeten als resultaat. Met andere woorden... enkel in ideale omstandigheden had deze vorm van panieklijn wat in de pap te brokken.
En, in feite was deze lijnopzet uitgedacht om in "alle" omstandigheden het aas zo ver mogelijk te kunnen aanbieden, dus ook met kopwind en/of een sterke onderstroming.
Daar moest een oplossing voor gevonden worden en we kwamen in feite terug bij de oorspronkelijke basis. Lood dat schuivend op de hoofdlijn is gemonteerd, gestopt door twee loodhagels en tussen het lood en de loodhagels een eindje siliconenrubber als buffer. We hebben alle soorten vormen lood uitgeprobeerd en uiteindelijk werd het zeskantig kofferlood (coffin lead) "ons" panieklood.
Wij kochten het in 6 en 8 gram.
Er is ook nog altijd de discussie of we met een wel of niet uitgelode pen moeten vissen. In ons circuit is er een koppel Adrienne en Marc, die steeds en altijd met de panieklijn en met een uitgelode pen vissen en daar echt "paniek" mee zaaien bij de andere deelnemers. Als ze de plaats wat mee hebben, gaan ze zeker voor de overwinning. Zij vissen reeds een paar jaar met deze techniek en hebben die zo geperfectioneerd, hebben zo'n voorsprong opgebouwd... al hun doen en laten tijdens de wedstrijden is op dit systeem en dit systeem alleen afgesteld. Een dergelijke voorsprong is, geloof me, bijzonder moeilijk in te halen. De uitgelode pen vormt een extra moeilijkheidsgraad, dus wie start met de panieklijn houdt het maar best bij de eenvoudige lijnopzet.
Dit is de inhoud van de maand juli...
aanleiding was een groot aantal mails
met de vraag om meer informatie over
de paniek-lijn...



De PANIEK-lijn... hoe het allemaal begon...
... en de actuele stand van zaken
Omwille van het feit dat de afstand waarop gevist kan en mag worden door de lengte van de hengel en de lengte van de lijn op de meeste vijvers door het reglement beperkt is, wordt er door hengelaars gezocht naar een middel om toch zo ver mogelijk te vissen… in ieder geval verder dan de collega's links en rechts. Dat loopt niet altijd van een leien dakje...
We hebben op het puntje van onze viskist gezeten, met een viskist die tot aan de rand van het viswater stond (er zijn zelfs viswaters waar de viskist minstens 15 cm van de rand van het water moet blijven) en dan nog eens met een zover mogelijk gestrekte arm. Prettig en comfortabel vissen is anders. We hebben getracht om dit probleem op te lossen met een extra steun recht voor ons waar de vaste hengel in kon rusten… ook dat vonden we niet de beste oplossing. We hebben jaren gevist met een montage met een Engelse pen... wel goed, maar niet voor het volle honderd procent.
De grijze hersencellen werden op actief gezet en via opgedane ervaringen met winkle picker en feedertechniek kwamen we tot een bruikbare oplossing en die hebben we de "panieklijn" gedoopt.
Als mijn geheugen me niet in de steek laat zijn we vijf geleden begonnen met het vissen met de panieklijn en soms lukte het en soms lukte het niet… met als gevolg dat we toen niet echt overtuigd waren. En… dat is niet de juiste manier om vertrouwen in een bepaalde techniek te krijgen.
Wanneer je denkt: "de panieklijn, dat is vrij simpel", dan is het omdat je deze techniek wordt voorgeschoteld. Je leest over een techniek waar de ruwe kantjes met vallen en opstaan zo goed als allemaal werden afgeschaafd. Neem het maar van ons aan, het is een manier van vissen die indien ze juist wordt toegepast de nodige vruchten zal afwerpen.
De opbouw van de panieklijn.
Hoog tijd om de techniek van de panieklijn uit de doeken te doen en ik hoop
tegelijkertijd een aantal misverstanden voorgoed de wereld uit te helpen.
In feite bestaat de panieklijn uit niet meer of niet minder dan een hoofdlijn met daarop gemonteerd: een pen, gegroepeerd lood, microwartel en onderlijn. U denkt, dat is keisimpel, waar maakt Oscar zich druk over?
Lagen de zaken maar zo eenvoudig, want dat dacht ik in het begin ook.
Eerst en vooral is er de hoofdlijn. We kiezen zonder blikken of blozen voor
14 honderdste nylon van de nieuwe generatie. Met de panieklijn wordt vrij
intensief gevist. Het is kwestie de vis zo snel mogelijk in het landingsnet te krijgen, anders verliest men kostbare vistijd... we gaan voor de makkelijkheid van de veronderstelling uit dat de vis goed op dreef is.
Wat de pen betreft... hier is er naar ons gevoel slechts één goede keuze.
Na diverse modellen uitgeprobeerd te hebben, bleven enkel pennen over met een lange bovenantenne en een laaggeplaatst drijflichaam over. We nemen meestal een exemplaar dat 2 gram lood kan dragen (maar dat loodgewicht heeft in de techniek van de panieklijn totaal geen belang).
De pen wordt op de Engelse manier gemonteerd, dus ze wordt alleen met de onderkant op de lijn vastgezet en dit gebeurt met de klassieke "pegleg".
Tijd om het lood op de lijn te zetten.
In dit verband hebben we in onze beginperiode van de panieklijn de nodige fouten gemaakt. We probeerden altijd zo weinig mogelijk lood op de lijn te zetten en dat was heel dikwijls het probleem waarom de panieklijn niet perfect haar werk deed. We zetten steeds en altijd minstens 3 gram lood (of meer) op de lijn. Kunnen we met die 3 gram niet vissen zoals het hoort, dan wordt het 5 gram (we hebben tot 8 gram gebruikt).
Let wel... het lood op de lijn en het loodgewicht van de pen hebben totaal geen uitstaans met elkaar. De gebruikte pen mag in onze visie van de panieklijn in geen geval uitgelood worden. Tijdens de eerste fase van de panieklijn hebben we gebruik gemaakt van druppellood dat
schuivend op de lijn werd gemonteerd en door twee loodhagels werd gestopt met daartussen een eindje siliconenrubber als buffer.
Al bij al viste deze loodzetting vrij goed, maar toch bood ze, voor mij althans, te weinig soepelheid en mogelijkheden.
Schakel met bovenstaande montering maar eens over van een 3 grams panieklijn naar een 5 grams versie. De oplossing staat hiernaast...
De oplossing...
We nemen een eindje nylon, dat het loodlijntje
gaat worden, in een diameter van minimaal
24 honderdste.
We leggen de hoofdlijn (14 honderdste) en de loodlijn naast mekaar en trekken er een passende rubberen floatstopper over.
Aan een onderzijde van de loodlijn leggen we een driemaal doorgehaalde knoop die voor een verdikking zorgt. Met een likje secondenlijm verzekeren we deze verdikking.
We trekken de knoop in de loodlijn tot tegen
de stopper, resultaat... een loodlijn die op
de hoofdlijn verschuifbaar is. We zetten nu op de hoofdlijn twee strak passende rubberen floatstoppers. De verschuifbare loodlijn wordt gestopt door deze twee stoppers.
Neem er tekening bij en ge ziet onmiddellijk hoe de vork aan de steel zit.
Via een lus in de loodlijn is het gebruikte
lood tijdens het vissen makkelijk te vervangen.
Vervolgens knopen we een microwartel aan de
hoofdlijn en die dient voor de verbinding van
onderlijn met hoofdlijn (minimaal 12 honderdste).
Hoofdlijn met onderlijn verbinden, dat kan natuurlijk
ook met een klassieke lus in lus verbinding.
Met dit systeem is het verwisselen van lood
kinderspel en ook de afstand tussen loodlijn en
onderlijn is makkelijk aanpasbaar, vermits met
de floatstoppers het geheel schuiven op de
hoofdlijn is gemonteerd.
Dit is de panieklijn in al haar (primaire) glorie...
Kan het eenvoudiger?
In feite is het een lijn zonder overbodige toeters
en bellen en ze wordt in geen geval vergezeld
van een ingewikkeld verhaal. Ieder onderdeel
heeft wel een specifieke functie en de totale
opzet van de panieklijn moet terdege kloppen,
anders werkt deze techniek niet zoals het hoort.
Mijn favoriete paniekpen...gemaakt door vriend en pennenbouwer Ludo Rosseel... voor deze techniek naar mijn ervaring een ideaal model met een lange bovenantenne en een laag geplaatst drijflichaam.
Op de tekening de opbouw van de panieklijn in het eerste stadium. Ondertussen heeft de ervaring ons al een en ander geleerd en de panieklijn van weleer heeft ondertussen al wel een KIS-facelift ondergaan. KIS = Keep It Simple... met in gedachte het feit dan eenvoud in gelijk welke hengeltechniek niet kan verbeterd worden.
Met dank aan Beet magazine voor het gebruik van de schitterende tekening van Andy Steer.
Wij vissen op die moment met de panieklijn zoals hiernaast staat afgebeeld: een zeskant lood (in 6, 8 of 10 gram) gestuit door twee loodhagels met een eindje siliconenrubber als stuitje en de verbinding hoofdlijn met onderlijn gebeurt via een microwartel.
Toen we gestart zijn met het vissen met de panieklijn gebruikten we de hengelsteunen (rolsteunen). Na inwerpen de hengel onmiddellijk in de steunen een dikke halve meter achteruitschuiven en wanneer het lood op de bodem lag brachten we de hengel terug vooruit tot de pen voldoende boven water stak...
een beetje afhankelijk van de heersende omstandigheden. Bij aanbeet wordt er niet aangetikt, maar de hengel wordt met een vloeiende beweging naar boven getild om de haak te zetten.
We zijn in deze techniek zo ver dat we
de hengel in de hand houden. Inwerpen, hengel achteruit brengen, even wachten en dan hengel terug vooruit brengen.
Let wel dit kan alleen als het lood voldoende gewicht in de schaal werpt en ervaring leert dat 6 gram de minimum is.
Het vissen met de panieklijn lijkt op het eerste zicht vrij eenvoudig, vergis u niet, men moet er zich echt op toeleggen om deze techniek in de vingers te krijgen...